Over memoriseren

Als we een nieuw stuk willen instuderen, wat doen we dan eigenlijk, en waarom doen we dat?

Het doel van studeren is dat je een stuk foutloos, muzikaal en in het goede tempo kunt spelen wanneer je maar wilt.

Als je een stuk voor het eerst ziet, lukt het meestal niet om het meteen foutloos te spelen; er staan te veel nieuwe noten en akkoorden in die je niet in een keer kunt lezen. Als je het een keer hebt bekeken, dan gaat het al beter. Studeren is dus altijd voor een deel memoriseren. Hoe beter het uit het hoofd gaat, hoe beter je het stuk kunt spelen. Zorg er dus altijd voor dat het uit uiteindelijke doel is om het uit het hoofd te kunnen spelen.

Op het moment dat je dat kunt, is het echt jouw muziek geworden en doe je meer dan een partituur in muziek vertalen, dan is de muziek je eigen verhaal geworden.

Maar hoe doe je dat nou, uit het hoofd spelen? Er zijn verschillende stappen die je door elkaar heen kunt gebruiken. Een van de belangrijkste dingen in het leren is namelijk de afwisseling. Als je drie keer hetzelfde doet, worden je hersenen verveeld en slaan ze het niet meer op. Een aantal adviezen:

  1. Speel een kort fragment op verschillende manieren: verander het ritme, speel sneller of langzamer, speel zachter of harder.
  2. Speel steeds op dezelfde manier: hierbij bedoel ik de vingerzetting. Het doel van het maken van vingerzettingen is dat je zeker weet wat je doet en dus met meer vertrouwen kunt spelen.
  3. Kijk in je partituur naar een kort fragment, en speel dit vervolgens, zónder in je boek te kijken. Je zal verbaasd staan hoe goed dit al lukt. Maar hier de standaardmanier van studeren van. Op deze manier zorg je ervoor dat je op den duur geen boek meer nodig hebt.
  4. Verzin een grappige tekst bij de melodieën en zing deze mee. Klap de lastige ritmes.
  5. Analyseer het stuk. Bekijk de grote structuur: waar begint en eindigt het thema, waar zijn herhalingen, waar is de reprise, lang welke toonsoorten voert de muziek enzovoort. Geef elk onderdeel een naam: thema 1, B-gedeelte, of met meer fantasie: een regenbui, een wilde autorit. Hoe meer fantasie en zintuigen er geprikkeld worden, hoe beter. In een andere blog zal ik hierop terugkomen. Speel de verschillende onderdelen in een andere volgorde.
  6. Analyseer ook meer in detail: kun je kleine groepjes noten onderscheiden die steeds herhaald worden, op dezelfde hoogte of steeds een toon lager of hoger? (een sequens).
  7. Bekijk de partituur zonder je instrument. Lees het door, stel je voor hoe het klinkt en probeer te begrijpen en op te slaan wat er gebeurt.
  8. Ga, zonder partituur en zonder instrument, in je hoofd het hele stuk door.
  9. Studeer niet te lang achter elkaar aan één stuk, maar doe dit liever verspreid over de dag een aantal keer.
  10. Slaap goed!